Over de Bloedingen in 't Hofke
Vanaf het begin hing er bij Elisabeth in de woonkamer een gekregen foto van de op 23 september 1968 in Italië overleden capucijn, Pater Pio van Pietrelcina. Elisabeth had van Jac van der Coer een foto gekregen met daarop het gekroonde Heilig Gelaat van Jezus Christus. Deze foto had hij gemaakt van een schilderij in de huiskapel van de Norbertijnen in Postel, België. Deze afbeelding, welke Heilig Aanschijn wordt genoemd, stak Elisabeth achter de foto van Pater Pio. Zoals in een Boodschap van 19 maart 1981 is te lezen, verwijst deze afbeelding naar "Het Heilig Gelaat, dat op het doek van Veronica achterbleef". 
De eerste Bloeding van het Heilig Aanschijn
Elisabeth zat op 3 november 1977 met een echtpaar in haar woonkamer te praten en te luisteren naar het Ave Maria. Plotseling zagen zij dat op het Heilig Aanschijn, van onder de doornenkroon Bloed vloeide. Elisabeth riep : "kijk, het Bloed van Jezus Christus...". Direct belde Elisabeth haar nabijwonende parochieherder op en vroeg hem vlug te komen kijken. Helaas had hij geen tijd. Daarna belde Elisabeth verschillende mensen op die allen kwamen kijken. Op 4 november de dag erna tijdens het aanbidden van het Heilig Aanschijn, voelde Elisabeth een tik op haar rechterschouder waarna de Heilige Maagd haar toesprak: "Neem de foto en kus het Gelaat van Mijn Zoon, dan zult gij gesterkt worden voor de offers die komen gaan, ook Jacobus is dit toegestaan". Met veel moeite en gevoelens van onwaardigheid nam Elisabeth de afbeelding in haar handen: "Ik keek "Hem" aan, de bloedige Christus. Ik heb Het gekust. Ik voelde het geronnen Bloed..... met mijn lippen!" Na Het teruggezet te hebben, sprak Maria: 'Geef Het daarna een ereplaats met Pater Pio in dezelfde lijst. Het liefst van zilver. Laat verder niemand dit Gelaat betasten. Toen het Ave Maria gisteren klonk, liet God dit wonderteken zien. Stel geen verdere vragen. Ik kom spoedig terug".

De dag erna gaat Jacobus van der Coer naar een juwelier in 's-Hertogenbosch en koopt er een zilveren lijst met daarin op het passe-partout een foto van een door deze juwelier gemaakte kelk, welke zo stevig zat vastgeplakt dat deze niet te verwijderen was. Op 6 november 1977 laat Maria in een Boodschap weten: "Mijn Zoon en Zijn Moeder laat Jacobus danken dat deze zilveren lijst door hem werd aangekocht. Het was Gods' Wil en geen toeval dat juist deze kelk daarin geplaatst zat. Het Bloed van Mijn Zoon Jezus dat nog vaker zal vloeien hier, kan nu in deze kelk worden opgevangen". Maria zei deze dag ook nog: "Mijn Hart jaagt Mij op naar deze Heilige Plaats waar Mijn Zoon nu opnieuw Zijn Heilig Bloed deed vloeien om de ongelovigen in te laten zien dat Hij overal aanwezig is.....".
Op 8 november 1977 stelt Elisabeth mede namens Jac van der Coer de vraag of het Heilig Aanschijn verzegeld moet worden. Maria zegt: "Eens komt die tijd, wees waakzaam dat niemand dit Gelaat van Mijn Zoon bezoedelt met de Judaskus. Gij vreest dat de Priesters u niet geloven. Wat hebben Mijn apostelen gedaan, zegt de Heer: "niet één die Hem echt trouw was".
Enkele dagen later vult Maria een bestaand gebed aan en geeft een vervolggebed op 8 december. Een kernzin hierbij is: "Heilig Aanschijn van Christus wij aanbidden U dat Gij opnieuw Uw Kostbaar Bloed deed vloeien in 't Hofke van Berlicum"(het volledige gebed treft u aan in de rubriek gebeden onder gebed tot het H.Aanschijn). Ook merkt Maria op: "Ik wens dat dit onder de volkeren komt om hen te laten zien dat de wereld niet ophoudt het Lijden van Mijn Zoon tot bloedens toe te wreken". Sedert die dag wordt dit Heilig Aanschijn tijdens de gebedsdiensten vereerd en heel bijzonder op de jaarlijkse gedenkdag op 3 november.
Vanaf 17 april 1981 wordt het Heilig Aanschijn, tezamen ingelijst met de foto van Pater Pio, in het tabernakel bewaard. En op 3 november 1985 zegt Maria aan het slot van een algemene Boodschap: "Ik zal u dan zegenen wanneer een Mijner Zonen u zegent uit Naam en in Naam van Jezus met Zijn Kostbaar, Bloedige Aanschijn en Hij zal met u en Mijn Priesterzoon zijn".
Waarom gebeurde dit Verheven Teken?
Op 10 november 1979 zegt Maria in een Boodschap: "..Waarom denkt ge was deze plaats juist door de Vader gekozen om het Bloed van Zijn Zoon over de aarde opnieuw te laten vloeien? Omdat Hij de mensen wilde laten zien dat Zijn Moeder hier werkelijk komt en dat Hij er zelfs Zijn Kostbaar Heilig Bloed voor overhad. Houdt deze plaats heilig".
En op 25 maart 1980, na het Heilig Misoffer: "Zijn Kostbaar Bloed, dat Hij eertijds vergoten heeft voor u allen maar ook hier wederom gevloeid heeft en wel om u een teken te geven dat Zijn Lijden, waaraan gij heden herinnerd wordt (door het Heilig Misoffer), dit spoedig in vreugde veranderen moge bij Zijn terugkeer op aarde en Zijn verblijf in deze plaats".
Vele malen wordt in de Boodschappen verwezen naar dit Heilig Aanschijn. Vaak als herinnering aan Christus' Lijden en de bijzondere Genade die verbonden ligt in het heilzaam lijden. Zo gaat ondermeer de algemene Boodschap van 3 november 1987 hier diep op door.

De tweede en derde Bloeding van het Heilig Aanschijn
Op 3 november 1989 vindt de tweede Bloeding plaats. Om 1 uur 's-nachts ontvangt Elisabeth de Boodschap: "Mijn dochter op het ogenblik dat Jacobus de sleutel steekt in het tabernakel zal de Bloeding opnieuw overkomen op het Heilig Aanschijn en zal op dat ogenblik opnieuw te zien zijn. Hij mag dit pas openen wanneer de klok wijst op 10.15 uur. .... Zeg hem dit Kostbaar bezit niet te openen alvorens Mijn goede, trouwe Priesterzoon hier aanwezig zal zijn...." Dit heeft plaatsgevonden waarbij alles op video is vastgelegd. Bij deze tweede Bloeding, kleefde er ook op de achterzijde, op de afbeelding van de kelk, Bloed. Naar aanleiding van een gesprek van enkele pelgrims zegt Maria op 8 november 1989 tegen Elisabeth in een Boodschap:
"....Velen zitten uit te zien naar wonderen, want dan zou Mijn Verschijnen eerder worden aangenomen. Heeft Zich dan Het Allergrootste Heiligste Wonder op 3 november jongstleden niet voltrokken? Dat zou volgens uw overheden misschien wel door jou zijn aangericht. Men zag het liever met eigen ogen meteen gebeuren.....De Hemel geeft geen zichtbaar teken om méér geloof te verwekken, maar sluit het eerder uit om hierover de aandacht te trekken en met het oog te laten zien. "Zalig zij die niet zien en toch geloven". Dit Woord door Jezus eens gesproken, behoudt zijn rechtsgeldigheid.....". 
Voordat evenwel deze tweede Bloeding had plaatsgevonden was in januari het zilveren lijstje met daarin de afbeelding van het Heilig Aanschijn en Pater Pio in een groter zilveren Schrijn op een voet geplaatst. Dit, door Jac van der Coer ontworpen schrijn, had men hier speciaal voor laten maken. In de algemene Boodschap van 22 januari 1989 lezen we dan ook: "Trouwe kinderen, voor de eerste maal ziet u hier tijdens de bedevaart het Heilig Aanschijn in een zilveren Schrijn op het altaar. Beter nog dan voorheen kunt u nu Zijn Bloedend Heilig Gelaat vanaf een aangepaste hoogte aanschouwen. Daar er niets in u is, waarom gij een zo groot geluk waardig zijt, moet gij Jezus een grootmoedig hart aanbieden tegelijk met de oprechte belijdenis uwer onmacht....".
Op 3 november 1996 's-ochtends om 07.00 uur krijgt Elisabeth een privé Boodschap welke betrekking heeft op de derde Bloeding: "....de mededeling mag gehoord worden dat Jezus Heilig Aanschijn vandaag voor de derde en ook laatste maal Bloedde..... ook is het Onze Wens dat dit Heilig Gelaat van de binnenste lijst voorgoed gesloten moet worden in het bijzijn van een Priester en Mijn voorzitter....". Op 18 december 1996 is aan dit verzoek gevolg gegeven en is het met lak, van zegels voorzien en met een document van de getuigen, verzegeld.