Wat wij weten over deze bezoeken is vooral verkregen door Elisabeth's eigen aantekeningen. Er zijn zoveel details bekend geworden en zoveel aanvallen en voorvallen beschreven dat hierover een apart boek kan worden geschreven. Hier wordt slechts een globaal overzicht gegeven. Na een aanval van satans werd Elisabeth vaak kort bezocht door Maria waarbij Elisabeth getroost werd. Dit waren meestal korte extases. Tot mei 1980 schreef Elisabeth, aangespoord door Maria, en verlicht door de Heilige Geest om zich het verloop van het satanisch gebeuren te herinneren, het relaas letterlijk op. Nadien, slechts sporadisch. Zo hoort Elisabeth op 24 mei 1980 in een Boodschap van Maria: "Telkenmale wanneer de aartsvijanden een bezoek zullen brengen, moogt ge zelfs de woorden niet meer neerschrijven wat er gebeurd is. Ge zult het zelfs niet meer kunnen. De ene keer zult ge het weten, een andere maal niet". Wel blijft Elisabeth de duivelse aanvallen na die datum door middel van een teken met bijbehorend tijdstip in haar Boodschappenboeken vastleggen. Zodoende is er een redelijk inzicht in de hoeveelheid van deze aanvallen. Vooraf werd door Maria altijd gevraagd of Elisabeth bereid was zich te offeren voor de verkrijging van bepaalde genades, meestal voor derden, en daartoe in te stemmen met een bezoek van de duivels. Vooral in de beginjaren werd dan tevens de dag en het tijdstip van dit satanisch bezoek aan Elisabeth gemeld die het dan mocht doorgeven aan enkele getrouwe pelgrims en hen mocht vragen om ondersteuning door gebed. De angst voor deze bezoeken was voor Elisabeth vaak ondragelijk zoals is te lezen in vele van haar persoonlijke notities of gedichten. Deze duivelse aanvallen vonden meestal plaats wanneer Elisabeth's man Antoon naar zijn werk was. Als hij vroege dienst had ging hij al om half zes 's ochtends weg.
Getuige Jo van den Broek uit het naastgelegen dorp den Dungen vertelde dat hij, gehoord hebbende dat Elisabeth op een bepaalde dag 's ochtends om zes uur een aanval van satans zou krijgen, op weg ging om er op dat tijdstip te bidden. Hij had een en ander niet goed begrepen en dacht bij haar thuis te moeten bidden. Toen hij om zes uur aankwam schrok hij, achteromlopend om via de bijkeukendeur binnen te gaan, van de woeste dierlijke geluiden en herrie van omvallende meubelen. Hoewel er geen slot op de deur zat, kreeg hij niet eens de deurkruk naar beneden, omdat deze geblokkeerd was. Hij vluchtte gauw weg om enige tijd later terug te komen. Samen met de inmiddels gearriveerde Jacques van der Coer troffen zij er een enorme chaos en een verwonde, ontredderde Elisabeth aan. Elisabeth heeft meerdere malen de gelegenheid gehad de geluiden bij zo'n satanische aanval op tape vast te leggen. Deze tapes zijn uiteraard bewaard. Een aanval duurde veelal 15 minuten, soms een half uur. Later moest Elisabeth deze aanvallen en voorafgaande angsten alleen dragen omdat haar verdiensten groter waren als zij het in stilte wist te dragen en het kon verbergen voor anderen, aldus een Boodschap. Elisabeth's huisarts welke zij had tot eind 1977, had grote moeite met deze aanvallen en wilde er niet in geloven. Dokter Visser die sedert december 1977 tot aan haar sterven haar huisarts was verklaarde: "Hoe ongelooflijk en moeilijk deze satanische aanvallen ook zijn, kan ìk enkel verklaren dat Elisabeth de opgelopen verwondingen, gezien de aard en de plaats van deze verwondingen, onmogelijk zelf kon hebben gedaan.
Zelfverwonding sluit ik dan ook pertinent uit". De duivelse aanvallen beslaan een tijdvak van september 1977 tot 18 december 1992, de datum van de laatste algemene Boodschap die Elisabeth heeft gekregen. Tijdens deze Boodschap liet Maria weten dat de duivels hun macht was ontnomen om Elisabeth zichtbaar te benaderen en fysiek te verwonden.