Andere opmerkelijke waarnemingen van de verschijningen betroffen het snelle schrijven van Elisabeth soms zelfs hele stukken zonder naar het papier te kijken, het nooit knipperen van haar ogen tijdens de extase, het plotse begin, soms zelfs midden in een woord en het langzame met krampen gepaard gaande einde der extases die steeds eindigden met een diepe zucht. Tijdens de extases merkte zij niets van haar omgeving ook niets van onverwachte rumoerige gebeurtenissen.
Elisabeth schreef de boodschappen altijd op A5-formaat blaadjes in een ringband op. Tijdens een extase schreef ze een aantal van die bladen aan voor- en achterzijde vol. De tekst van de boodschap eindigde echter steeds op de achterzijde onder aan de pagina.
Op 22.07.84 sprak Maria over de vele en soms lange boodschappen als volgt:
“Wanneer Ik een Boodschap geef is zij niet alleen bedoeld voor hen die aanwezig zijn of vertoeven op de plaats van Mijn Verschijnen, maar voor allen, ook voor hen die niet willen geloven, dat de Moeder van Jezus nu nog naar de aarde komt…
… hier is het nodig, dat Ik breedvoerig, zonder beperking en vrijuit Mijn Woord tot allen richt”.