28 december 1980
2de Gebed voor het ongeboren leven (28.02.1979)
Allerliefste Moeder, Gij kent de noden van de mens, maar ook hun lichtzinnigheid. Gij en Uw Lieve Zoon Jezus zijt bedroefd om het leed dat men U iedere nieuwe dag weer aandoet. Hoevelen leven op dit ogenblik alleen voor zichzelf om hun lichaam voldoening te geven. Wij denken hier aan degenen, die zich verbonden hebben in de huwelijkse staat en die ernaar streven om elkaar hun liefde te geven. Hoe kunnen de meesten dit echter nog liefde noemen. Velen geven zich alleen over aan hartstocht en gebruiken allerlei middelen om na dit samenspel hun liefdezaad te verwerpen. De meesten echter wachten tot zij ontdekken dat er nieuw leven op komst is. Zij verstoten het kind dat door twee lichamen ten leven werd verwekt. Wij weten Lieve Moeder dat dit een afschuwelijke zonde is, een weerloos schepseltje te doden, wat zelf niet om het leven gevraagd heeft. Wij horen het weeklagen van velen, ook deze ouders en nóg beter de artsen kennen het pijnlijk hulpgeschrei van dit kleine wezentje. Het strekt zijn armpjes uit naar hulp en roept: "Laat mij leven!".
Men wil hun smeken en hun angst niet horen. Lieve Moeder, Gij Moeder van Goede Raad, geef dat de mens inziet, dat hij aan zijn eigen verdoemenis bezig is. Geef, dat op dit ogenblik der Ontvangenis het beginnende leven behouden blijft en leer de mens inzien, dat zij een onschuldig mensenkind de dood verwensen. Geef dat ze even zoveel liefde kennen voor dit pas ontluikende leven, als wat zij voor zichzelf koesteren. Help hen bij dez grote beslissing om dit kleine schepseltje lief te hebben.
Moeder Maria, Spiegel van Gerechtigheid bid voor hen!